|
||
|---|---|---|
![]() |
|
|---|
| Tip: Luister elke dinsdagavond naar het radioprogamma Ticanaf Talks op Den Haag FM 92.0! | ||
|---|---|---|
|
ARTIKELENDe Metselmoorden Deel 1 Deel 1 - Aanvullende verklaring van kroongetuige Helderziende Medium TICANAF inzake DE METSELMOORDEN Op dinsdag 9 maart 2004 is de heer Koemar B. bij mij op consult geweest aan de Lau Mazirellaan 466 te Den Haag. Hij was met spoed geplaatst omdat het zeer slecht ging met zijn zaken. Hij was een makelaar. Tijdens dit consult heb ik met hem afgesproken dat ik een aantal Yantra’s voor hem zou maken omdat hij vijanden had die zwarte magie hadden uitgevoerd op hem en zijn zaken, wat verklaarde waarom Koemar B. zoveel pech had. Hij is op donderdag 1 april 2004 bij mij geweest om deze Yantra’s op te halen. Twee weken later belde zijn vriendin mijn assistente op. Zijn vriendin was overspannen en vertelde dat Koemar B. door twee mannen werd vastgehouden. Ze waren in het bezit van wapens en eisten Є 160.000,- euro. Toen dit mij ter ore kwam heb ik per direct meerdere rituelen uitgevoerd zodat mijn cliënt ongedeerd thuis zou komen. Hij is uiteraard veilig thuisgekomen. Zes dagen later ben ik zelf naar zijn kantoor gegaan. Ik heb met hem afgesproken dat ik meerdere rituelen zou uitvoeren met bloemen, melk, etc. om de planeten gunstig te stemmen. Hij heeft twee dagen hierna de benodigde spullen aangeleverd. Drie dagen later heeft hij de geofferde spullen opgehaald en een bergkristallen gebedskrans bij mij aangekocht. Dit had ik hem aanbevolen omdat hij een gebed moest reciteren voor zijn bescherming en geluk. Een week later werd ik wederom gebeld door zijn vriendin. Ze vertelde huilend: “Ze hebben hem om 11:00 uur ’s ochtends meegenomen en ik ben bang”. Ik heb weer een aantal rituelen uitgevoerd waardoor hij opnieuw veilig is thuisgekomen. Een week later heb ik een korte telefonische gesprek gevoerd met Koemar B. en heb met hem afgesproken dat ik hetzelfde ritueel met bloemen, etc. zou uitvoeren. Doordat deze zaak voortdurend overmatig veel tijd en energie in beslag namen, kon ik niet de volledige aandacht en energie aan mijn andere cliënten besteden. Daarom heb ik besloten om alles uit de kast te halen; ik heb de krachtigste rituelen uitgevoerd om deze zaak tot een goed einde te brengen. Mijn doel was om Koemar B. te beschermen tegen alle onheil zodat hem niets zou overkomen. Op 21 augustus 2004 ben ik bij hem voor de tweede keer op bezoek geweest. Het gesprek met Koemar B. heeft één verdieping hoger plaatsgevonden op zijn kantoor aan de Loosduinseweg. Koemar B. vroeg aan mij of hij nog moeilijkheden of problemen zou krijgen met die twee mannen. Ik heb hierop geantwoord: Het gesprek heeft ongeveer 30 tot 45 minuten geduurd. Drie dagen later heb ik een zakelijk bezoek afgelegd en rituelen uitgevoerd om Koemar B. en zijn zaak te beschermen tegen vijanden als extra voorzorgsmaatregel. Dit is het laatste persoonlijk contact geweest met Koemar B.. Twee Zaankanters die vanaf 12 augustus 2004 zijn vermist, zijn op 24 september gevonden. Ze waren vermoord en met beton ingemetseld in de muur. Op dezelfde dag is een 48-jarige Hagenaar opgepakt door de politie als verdachte (Bron: Den Haag- ANP). Volgens de recherche heeft Koemar B. (de 48-jarige Hagenaar) vanaf het begin zowel aan de recherche als aan zijn advocaat Gerard Spong verklaard dat ‘Helderziende- Medium Ticanaf meer wist van deze zaak’. Koemar B. verklaarde daarbij dat hij enkel mijn woorden ‘ze zijn allang vermoord en zijn van de aardbodem verdwenen’ herhaald had tijdens een telefonisch gesprek met zijn vriendin, als troost omdat ze zo bang was. De politie had dit telefonische gesprek afgetapt en op deze gronden is Koemar B. op verdenking van moord opgepakt. Op 19 oktober 2004 heeft advocaat Gerard Spong mijn assistente gebeld met de mededeling dat zijn cliënt Koemar B. verdacht werd van een dubbele moord in Den Haag en dat hij hiervoor in de gevangenis zat. Advocaat Gerard Spong had zijn telefoonnummer achtergelaten met de boodschap of ik hem terug kon bellen. Ik had het die dag zo druk met mijn praktijk dat ik hieraan niet ben toegekomen. De volgende dag heb ik advocaat Gerard Spong te Amsterdam zelf opgebeld. Hij wilde weten wanneer ik met Koemar B. had gesproken en wanneer niet. Ik heb aan advocaat Gerard Spong alles verteld wat ik wist en de data doorgegeven. Hij klonk erg opgelucht en vrolijk en vroeg mij gelijk of ik als getuige wilde fungeren in deze zaak. Ik heb veel voor mijn cliënten over en spring altijd voor hen in de bres. Mijn antwoord was daarom bevestigend met een ‘ja’. Hij zou mij opgeven als getuige in deze dubbele moordzaak. Na enige tijd is er een rechercheur tijdens mijn consulten langsgekomen om mij te informeren en te ondervragen over deze zaak. Hij heeft mij gelijk uitgenodigd om een verklaring af te leggen op het hoofdkantoor Politie Haaglanden. Het is mijn burgerplicht om te getuigen en mijn taak als Helderziende- Medium om alles op te helderen. Na aankomst op het hoofdkantoor zag ik een koffie automaat, maar helaas had ik geen kleingeld om koffie voor mijzelf te kopen. Toen ik werd opgehaald door de rechercheur vroeg ik aan hem waar ik koffie zou kunnen krijgen. Hij zei: “Als Helderziende- Medium zou u dat wel moeten weten”. Ik heb hierop gelijk geantwoord met: “Dit soort kinderachtige dingen heb ik wel vaker gehoord. Kom maar met serieuze dingen. Ik heb de koffie apparaat heus wel gezien, alleen heb ik geen kleingeld bij me”. Hierop lachte hij dom. Eenmaal in de verhoorkamer aangekomen zei ik: “U wilt zeker mijn naam, geboortedatum en ik moet natuurlijk een eed afleggen”. Hij bespotte mij voor een tweede keer met: “O, hij weet inderdaad alles”. Ik zei dat hij niet zo kinderachtig moest doen. Hierna hebben ze een verklaring afgenomen, waarbij ik moest aangeven wanneer ik Koemar B. had gezien, gesproken, etc. Ze vroegen ook wat ik precies had gezien via mijn mediamieke waarnemingen. Ik heb toen verklaard dat ik twee heren zag, plat op de grond, liggend in een plas bloed. Ze waren neergestoken. Ik zag dag en nacht, waardoor ik wist dat het om een blanke en donkere man ging. Ik zag twee auto’s. Ik zag beton en twee open kofferbakken waaruit ik concludeerde dat ze vervoerd waren met deze auto’s en dat het beton een oorzakelijk verband had met de verdwijning van deze twee heren. Tevens heb ik de letters ‘D’ en ‘B’ gezien en heb gelijk verklaard dat de politie de daders al had opgepakt. Nadat ik mijn verklaring had ondertekend hebben de twee rechercheurs mij meteen medegedeeld dat ik met mijn verklaring, Koemar B. ontzettend blij zou maken, dat ze de daders inderdaad al hadden opgepakt en dat er inderdaad in de namen van de daders de letters ‘D’ en ‘B’ voorkwam, waarna ze vroegen of ik met hun contact zou willen opnemen als ik meer door zou krijgen hierover. Ze hebben de naam van de dader aan mij medegedeeld maar die zal ik niet geheel vrijgeven. Ik wil hierover wel kwijt dat slechts twee à drie medeklinkers ontbraken in de naam van de daders. Tijdens het laatste gesprek op het politiebureau ben ik aangevallen door twee rechercheurs. Ze wilden dat ik mijn verklaring terug zou trekken en probeerden mij ervan te overtuigen dat ik het allemaal had gedroomd of dat ik het ergens had gehoord of gelezen. Ik heb aangegeven dat dit bullshit is. Ze zeiden dat ik nog een kans zou krijgen om alles terug te draaien, en dat ik naar huis moest gaan om er eens goed over na te denken. Ik antwoordde hierop dat ik nergens naartoe zou gaan. Ik sta pal achter mijn verhaal en achter mijn waarnemingen. Mijn agenda, computerbestand en assistente waren het bewijs, waar de politie nu eenmaal niet omheen kon. Ze zeiden dat ze mijn verhaal ongeloofwaardig vonden omdat normaliter niemand van tevoren kan weten of er een moord wordt gepleegd. Ze zeiden dat ik dit eerder wist dan de politie. De rechercheurs wilden mij onder druk zetten en insinueerden dat advocaat Gerard Spong met mij samen een ‘dealtje had gesloten’ om Koemar B. op vrije voeten te krijgen. Ze beschuldigden mij ervan dat ik een flinke som geld had ontvangen van Koemar B. om te getuigen. Ik voelde mij beledigd en heb gezegd dat dit pure gelul is. Ik kwam daar om te helpen en ze staken een mes in mijn rug door te zeggen dat ik duizenden cliënten heb en dat ik wel hartstikke rijk zou zijn. Hierop heb ik meteen gezegd dat ik op basis van giften werk en dat ik aan niemand geld vraag. Mijn cliënten geven mij zelf een geldbedrag voor de consulten. Mijn motivatie hiervoor is om positieve karma op te bouwen, wat ze niet wilden geloven omdat ze dachten dat niemand zo kon zijn. Ik heb ze verteld dat ik helemaal niet rijk ben. Ze geloofden mij niet en zeiden: “Je bent wel rijk!”. Ik heb gelijk mijn portemonnee gepakt en mijn bankpasjes eruit gehaald en zei: “Hier, alstublieft, u kunt nu alles nakijken, wat u trouwens toch al hebt gedaan. Ik zal mijn partner ook vragen of ze haar bankpasjes wilt afstaan en van iedereen waarvan u de bankpasjes wilt hebben”. Ze deinsden terug met de woorden:”Nee hoor dat is niet nodig. Je kunt natuurlijk ook aan belastingontduiking doen, want jij en Koemar B. en Spong spelen onder één hoedje en je hebt van hen een flinke som geld gekregen”. Toen heb ik gezegd: “Als jullie bewijzen hebben, dan wil ik dat NU zien. Ik teken gelijk voor je en dan kun je mij gelijk arresteren”. Ik voelde mij vernederd en in mijn eer getast. Ik werk keihard en had speciaal mijn cliënten hiervoor afgebeld om deze verklaring af te leggen. Hierdoor deinsden ze helemaal terug en wilden dat mijn assistente op kantoor een verklaring zou afleggen. Ik heb ze zelfs aangeboden om in mijn auto mee te rijden omdat ik wist dat mijn assistente op kantoor was. Hierdoor schrokken ze nog meer en begrepen er geen moer van. Dit vonden ze niet nodig, aangezien ze binnen 30 minuten op mijn kantoor aanwezig zouden zijn met hun eigen vervoer. Volgens de recherche heeft advocaat Gerard Spong de media medegedeeld over mijn bijdrage in het oplossen van deze moordzaak. Na mijn verklaring bij de recherche stond de media, waaronder SBS6 Actienieuws, te springen voor een interview op de televisie. Ze wilden zich hiervoor helemaal naar ons schikken. Ik heb dit geweigerd omdat ik van mening was dat de media zich schuldig zou maken aan een ongerechtvaardigde verrijking; de media zou zich verrijken over mijn rug om mij vervolgens daarna aan te vallen, om het zoetsappige verhaal nog smeuïger te maken. Ze zouden niet op de waarheid beruste informatie geven. Ik weet dit soort dingen en ben niet van gisteren. Hierbij heb ik de lezer in staat kunnen stellen om zich alsnog van het verhaal kennis te laten nemen. Mijn cliënt Koemar B. is vrijgekomen door mijn verklaringen, alhoewel ik op 18 januari 2005 om 13:30 uur alsnog een getuigenverklaring moet afleggen bij de Rechter- commissaris die belast is met de behandeling van strafzaken, in het gerechtsgebouw Paleis van Justitie te Den Haag. Hierbij heb ik bewezen dat een Helderziende- Medium wel degelijk een significant positieve bijdrage kan leveren bij het verhelderen van vaststaande feiten in moordzaken en andere delicten. Wordt vervolgd…
METSEL MOORDEN - DEEL 2 De Rechter Commissaris vroeg aan mij of ik de waarheid zou spreken. Mijn antwoord was natuurlijk ‘ja’. Ik vroeg: “Ik sta toch onder ede?”. Hij antwoordde van niet. Ik gaf aan dat ik het niet erg zou vinden als dit wel het geval zou zijn. Alle Heilige Geschriften zijn immers heilig voor mij omdat dit Het Woord van God is. Indien het nodig zou zijn, zou ik mijn hand leggen op alle Heilige Geschriften om aan te duiden dat ik de waarheid spreek, met God als mijn getuige. Hij vroeg aan mij wat mijn beroep was. Hierbij antwoordde ik dat ik een helderziende / medium ben van beroep. Ik heb tevens aangegeven dat ik een juwelierszaak heb in dezelfde praktijkruimte, en dat ik daarnaast een entertainmentbureau heb voor het organiseren van dance events. Hij vroeg of ik een cursus had gevolgd voor mijn helderziendheid. Ik heb hem verteld dat mijn helderziendheid van nature is ontstaan. Ik ben ermee geboren. Na mijn vierde levensjaar heb ik ondervonden dat ik anders ben dan anderen. Hij werd overrompeld toen ik zei dat ik gemiddeld twintig tot vijfentwintig cliënten op een dag ontvang. Hij nam aan dat deze allochtone cliënten waren. Ik heb dit gecorrigeerd door te zeggen dat er zowel allochtonen als autochtonen komen, en dat ik ook cliënten uit het buitenland ontvang. Hij meende dat ik geld vroeg voor mijn consulten. Ik heb hem geïnformeerd over mijn werkwijze, dat ik op basis van giften werk. Hij vroeg of ik de waarheid had gesproken bij mijn verklaringen aan de politie. Ook hierop heb ik ‘ja’ gezegd. Er werd mij gevraagd of ik de heer Koemar B. (hierna genoemd als de heer B.) al eerder kende dan de eerste afspraak die op 9 maart 2004 heeft plaatsgevonden. Mijn antwoord was nee. Mijn assistente Angela had het eerste telefoontje gekregen van de heer B. en aangevinkt dat hij een nieuwe cliënt was. Ons beleid is ontstaan doordat er veel cliënten geplaatst werden met zowel dezelfde achternaam als de initialen, waardoor de cliënten niet goed konden worden onderscheiden en geholpen. Er is jaren geleden besloten om een database te maken met persoonsgebonden informatie. Het kleine adviesbureautje is mede hierdoor uitgegroeid tot een internationaal georiënteerde company. Bij elk inkomende telefoontje wordt gevraagd of de client nieuw is of al eerder een consult heeft genoten. Hierdoor is het voor de assistenten duidelijk of er meer informatie over onze werkwijze moet worden gegeven of niet. Verder wordt er een volledige naam en geboortedatum gevraagd voor administratieve doeleinden en eventuele memo’s die betrekking hebben op de oplossingen voor ‘het probleem’. Mijn assistente Angela heeft op verzoek van de heer B. een spoedafspraak gemaakt. De Rechter Commissaris vroeg aan mij wat ik als ‘spoed’ aanmerkte. Ik heb aangegeven dat de assistente dit bepaalt, maar dat dit ook vaak in overleg gebeurt. De Rechter Commissaris vroeg aan mij welk soort mensen ik op mijn consult ontvang. Ik heb eerlijk aangegeven dat er ook rechters, advocaten en politiemensen bij mij komen en dat ze mij regelmatig raadplegen voor verschillende doeleinden. Het zijn ook maar mensen met hun ditjes en datjes. Overigens nodig ik geen mensen uit voor een consult; mensen bepalen zelf wanneer zij behoefte hebben aan een afspraak. De Rechter Commissaris vroeg naar mijn helderziende / mediamieke waarnemingen van 21 augustus 2004. Ik heb nogmaals gezegd dat ik zag dat ze allang waren vermoord, dat ze aan hun enkels waren vastgemaakt aan een blok beton en dat ze waarschijnlijk ergens waren weggepleurd. Ik voelde mij rot toen ik dit aan de Rechter Commissaris vertelde. Voordat ik ook mijn verklaringen aan de politie had gegeven, vroeg ik mij af of het wel verstandig was om mijn eerlijke, doch wellicht kwetsende woorden te herhalen en op te laten nemen in de getuigenisverklaring. Ik heb toen besloten om mijn verhaal eerlijk te vertellen, al wist ik dat ik mij in mijn vingers zou snijden. Maar eerlijkheid duurt het langst. Ik voel mij schuldig dat ik deze woorden heb gebruikt, maar ik ga er niet om liegen. Het zou hypocriet zijn als ik mijn woorden zou verfraaien. Ik heb mijn excuses aangeboden aan de politie en aan de Rechter Commissaris. De Rechter Commissaris gaf aan dat mijn woordkeus niet van belang was voor de getuigenverklaring. Hierbij bied ik mijn excuses aan voor mijn woordkeus, aan de gehele familie van beide vermoorde heren. Het was niet denigrerend bedoeld. Op het moment van mijn helderziende waarneming heb ik de angst van de heer B. gevoeld en gezien, en hem gerust willen stellen. Hij was immers slachtoffer van stalking en twee à drie ontvoeringen met toepassing van geweld en was samen met zijn vriendin met de dood bedreigd door deze twee heren. De twee heren waren bewapend met vuurwapens en probeerden geld af te persen. Ik wist dat de heer B. ongedeerd zou blijven, en wilde zijn angst wegnemen. Dit neemt niet weg dat ik het afschuwelijk vind wat er met de twee vermoorde heren is gebeurd. Deze daad verafschuw ik. Tijdens een politieverhoor heeft de recherche gevraagd of ik nog meer had gezien. Ik had inderdaad nog meer dingen gezien, maar heb dit niet aan de heer B. verteld. Ik heb toen verklaard dat ik twee heren zag, plat op de grond, liggend in een plas bloed. Ze waren neergestoken. Ik zag dag en nacht, waardoor ik wist dat het om een blanke en donkere man ging. Ik zag twee auto’s. Ik zag beton en twee open kofferbakken waaruit ik concludeerde dat ze vervoerd waren met deze auto’s en dat het beton een oorzakelijk verband had met de verdwijning van deze twee heren. Na mijn verklaring is er een artikel hierover verschenen in De Gelderlander met de volgende tekst: MOORDVERDACHTE VRIJ NA VERKLARING MEDIUM 03-12-04 DEN HAAG- De getuigenis van een paranormaal medium uit Den Haag heeft geleid tot de vrijlating van een makelaar uit die stad. De man werd verdacht van betrokkenheid bij de zogenoemde betonmoorden, zo laat diens advocaat, mr. G. Spong weten. De makelaar werd verdacht van betrokkenheid naar aanleiding van een afgeluisterd telefoongesprek met zijn echtgenote. Daarin vertelde hij dat twee vermiste mannen ‘ergens achter een muur moesten zitten’ en ‘waarschijnlijk dood waren’. Het gesprek was voor de politie aanleiding om de panden van de vastgoedhandelaar uit te kammen. In een winkelpand werden vervolgens op 24 september de ingemetselde lijken van twee mannen gevonden die sinds 12 augustus werden vermist. Het betrof een man uit Zaandam en een man uit Zaandijk. De makelaar werd opgepakt, evenals de vader en zoon die het pand huurden. De man verklaarde dat hij tijdens het telefoongesprek met zijn vrouw zaken had verteld die hij had gehoord tijdens een sessie met een paranormaal medium. Die zou al op 21 augustus, negen dagen na de verdwijning van de mannen, hebben plaatsgehad. Het medium heeft nu tegenover de politie verklaard dat hij de makelaar op die dag heeft gesproken. De helderziende vertelde zijn klant, die als kennis naar de vermiste mannen naar hen vroeg, dat hij bloed zag. Ook suggereerde het medium dat de mannen in beton zouden zitten. Hij sprak over wit en zwart: de slachtoffers waren een blanke man en een Surinaamse man. Behalve de getuigenis van het medium hebben ook verklaringen van mensen in Suriname aangetoond dat de makelaar niets met de dubbele moord te maken heeft, aldus Spong. Alleen de twee huurders van het pand zitten nog vast. Bron: De Gelderlander De Gelderlander is verkeerd ingelicht over de setting. In deze krant staat namelijk vermeld: De helderziende vertelde zijn klant, die als kennis naar de vermiste mannen naar hen vroeg, dat hij bloed zag. Ook suggereerde het medium dat de mannen in beton zouden zitten. Hij sprak over wit en zwart: de slachtoffers waren een blanke man en een Surinaamse man. Ik heb nooit tegen wie dan ook gezegd dat ‘ze ergens achter de muur moesten zitten’ en ‘waarschijnlijk dood waren’. Ik wist dat het beton een oorzakelijk verband had met de verdwijning van de twee heren en dat ze dood waren (niet waarschijnlijk, maar zeker), wat ik heb medegedeeld aan de heer B. Ik heb ook nooit tegen de heer B. gezegd dat ik bloed zag. Bovendien heb ik ook nooit tegen de heer B. gezegd dat ik zwart en wit zag en dat ik concludeerde dat het om een blanke en donkere man ging. Ik vond het niet nodig om dit aan mijn client te vertellen. Ik wist niet hoe hij hierop zou reageren. Bovendien moest ik het zelf nog zien te verwerken. Ik zie de beelden als een film elke keer weer terugdraaien. Ik probeer het wel los te laten, maar kan niet altijd afstand doen van hetgeen ik hoor en zie. Ik probeer emotioneel niet teveel betrokken te raken en rationeel om te gaan met alles, maar tevergeefs lukt dit niet altijd. Over het bloed, beton, zwart en wit heb ik echter wel aan de rechercheurs verteld tijdens het eerste verhoor op het hoofdbureau Politie Haaglanden te Den Haag. Nu rijst de vraag, waarom de media met deze foutieve informatie is gevoed. Mijn vermoedens over de televisie opnames kwamen overeen met hetgeen er is gepubliceerd in de kranten. Ze verkondigen allemaal onzin. Dachten ze echt dat ik zou toehappen en dat mijn ego zodanig gestreeld zou worden, dat ik zou zeggen: “O kijk eens, wat ben ik toch een geweldige helderziende!”. Waarom zou ik? Een lintje voor mijn significante bijdrage aan de maatschappij zal ik toch nooit krijgen. Wie komt er naar mij toe om een eerlijk verhaal aan te horen? Niemand. Maar ze willen wel mijn woorden manipulatief aanwenden zodat ik alsnog de gebeten hond ben. In antwoord op deze vraag, betekent dit dat er interactie is geweest tussen de recherche en de advocaat van de heer B., alsook tussen deze zelfde advocaat en de media. Zou het zo kunnen zijn dat de recherche en de advocaat van de heer B. willen scoren koste wat het kost? Publiciteit boven eerlijkheid? Gewin boven rechtvaardigheid?
Uit angst voor represailles van de groep criminelen waartoe het tweetal behoorde, zou geen aangifte zijn gedaan en werden de lijken gegoten in beton. Vanwege dat laatste is deze tweevoudige moord de geschiedenis ingegaan als de 'Haagse metselmoorden'. (Bron: Volkskrant 03-01-05) Tijdens het laatste gesprek op het politiebureau wilden twee rechercheurs dat ik mijn verklaring over mijn bezoek aan de heer B. op 21 Augustus 2004</I></B>, terug zou trekken. Ze probeerden mij ervan te overtuigen dat ik het allemaal had gedroomd of dat ik het ergens had gehoord of gelezen. Uit het volgende artikel blijkt dat deze assumptie van de recherche verwerpelijk is. GEEN SPOOR VAN VERMISTE ZAANKANTERS- 21 Augustus 2004*** Zaanstad- Ongeloof en verbijstering staan Bert en Gerda Dekkers uit Zaandijk op het gezicht. Zoon Jeroen (24), die altijd even belde als hij er niet was, is met zijn Zaandamse kennis Rob Mahabier (25) spoorloos verdwenen. ''We willen zoeken, maar waar dan? Elke ochtend denk ik: vandaag hoor ik wat en dan wordt het weer donker en weer niets.'' Sinds Jeroen Dekkers (24) en Rob Mahabier (25) donderdagochtend 12 augustus in een rode Volkswagen Golf weg reden bij Jeroens ouderlijke woning in de Blaasbalgstraat in Zaandijk hebben ze geen enkel spoor meer achtergelaten. Ze zouden naar een afspraak in Den Haag, begrepen de ouders van Jeroen en de vriendin van Mahabier. Maar niemand weet of ze daar ooit zijn aangekomen. Niemand ook die weet naar wie of wat ze daar moesten. Hun mobiele telefoons zijn sinds die donderdag onbereikbaar, de auto is zoek. Dekkers en Mahabier kennen elkaar van voetbal. Dekkers voetbalt in de vriendenploeg van Zaanlandia, die getraind wordt door Mahabier. Volgens de ouders van Dekkers ging het tweetal niet vaak met elkaar om, maar vonden ze elkaar omdat ze beiden in de ziektewet lopen door knieblessures. De dag voor hun vermissing gingen de Zaankanters naar Limburg om daar een toernooi te regelen voor hun team. Donderdag de twaalfde verliet Dekkers het huis voor een trip naar Den Haag. Bert Dekkers:''Wij dachten dat het ook voor een toernooi was.'' Voor de ouders van Jeroen zijn er redenen te over om aan te nemen dat hun zoon niet vrijwillig is verdwenen. Zo ligt zijn opa, waar hij veel contact mee had, op sterven. En hij kan geen dag zonder zijn medicijnen tegen hoofdpijn. De medicijnen liet hij thuis. Gerda:''Dit is gewoon niets voor Jeroen. Het ging allemaal lekker met hem. Hij had het ook naar zijn zin op het werk.'' Dat Jeroen donderdagavond niet thuis was gekomen, vonden zijn ouders al erg raar. Helemaal ongerust werden ze toen vrijdag de vriendin van Mahabier belde dat ze haar vriend niet kon bereiken. De vriendin van Mahabier ging naar het politiebureau, maar kreeg daar te horen dat ze pas na twee volle dagen aangifte van vermissing kon doen. Op zaterdag ging ze samen met de ouders van Dekkers. Eergister besloot de politie een opsporingsbericht te plaatsen. Inmiddels heeft het opsporingsbericht op televisie, teletekst en internet tot ruim twintig tips geleid. Het openbaar ministerie in Den Haag, dat de woordvoering doet in deze zaak, kan niet meer zeggen dan dat de tips worden nagetrokken. De politie sluit een misdrijf niet uit. De ouders van Jeroen sluiten dat ook niet uit. Maar dat hun zoon met ook maar iets crimineels te maken heeft, is ze niet bekend. Gerda:''We hebben zijn kamer ook al uitgespit. We konden helemaal niets vinden.''Bert:"Je gaat natuurlijk gissen, maar concreet weet je niks.'' We zijn nu inmiddels al zes maanden verder en de heer B. heeft na zijn vrijlating niets van zich laten horen. Ik heb van een familielid van de heer B. vernomen dat de heer B. naar Suriname is gegaan en dat hij met zijn zaak is verhuisd. De heer B. is er vandoor gegaan, zonder een bedankje. Zodra mensen geholpen zijn, wordt mijn bestaansrecht ontkend. Ook heeft deze familielid van de heer B. kritiek geuit op het feit dat wij de naamgegevens hebben gepubliceerd op onze website. Hij vroeg zich af of wij toestemming hadden gekregen van de heer B. om zijn naam te publiceren. Het antwoord is nee. Maar had de heer B. dan wel het recht om mijn naam te noemen bij zijn advocaat (en de pers) zonder overleg te plegen met mij? Bovendien suggereerde deze familielid dat ik er beter van ben geworden. Het kwam erop neer dat ik niet moest zeuren, omdat dit nu eenmaal de prijs is die ik moest betalen voor meer publiciteit. Ik zou meer bekendheid hebben gekregen door deze zaak. Is dat zo? Mijn naam is niet als zodanig genoemd in de pers. Hoe heb ik dan meer bekendheid gekregen? Het ging bij mij bovendien niet om bekendheid. Ik wist vanaf het begin dat mijn medewerking aan de politie mij veel problemen zou opleveren. En toch ben ik voor mijn cliënt in de bres gesprongen, omdat ik handel naar eer en geweten. Deze mensen nemen klakkeloos aan dat het zomaar mijn plicht is om alle sores te dragen. Deze zaak heeft mij zoveel energie gekost, dat ik meerdere maanden moest bijtanken zodat al mijn andere zaken in de wacht hebben moeten staan. De politie sugereerde dat ik geld had gekregen van de heer B. en zijn advocaat. En de heer B. en zijn familie denken dat ik liggende gelden heb om alle kosten te dekken. Het heeft mij geen enkel voordeel opgeleverd en alleen maar tijd, energie en geld gekost. Elke keer moest ik weer verklaringen afleggen. De politie heeft geen rekening gehouden met mijn werk. Ik herinner mij een telefonisch gesprek. De rechercheur zei: "Het moet niet zo zijn dat wij u moeten komen halen voor een getuigenisverklaring". Hij heeft gedreigd om mij op te sluiten als ik mijn verklaring niet zou geven. Dit was hun dank. Mijn agenda is altijd volgeboekt en het is voor mij problematisch om mensen af te bellen. De rechercheurs kwamen vaak vlak voordat ik met mijn consulten begon, en ook kwamen ze tijdens de consulten binnenlopen. Ze hielden geen rekening met mij en met mijn consulten. Hun zaken gingen voor. Ik heb de heer B. geholpen en geen enkel voordeel gehad van deze getuigenisverklaring en de gehele rompslomp eromheen. Ik wens hem het allerbeste. Hoe noemen we dit? Het heet onbaatzuchtig handelen... Ticanaf. |
|
| Home Disclaimer Copyright Privacy Statement Sitemap Algemene Voorwaarden Contact |
|---|
| Media & Web Design, Marketing & Promotion by: Marketingagency.nl |
|---|